©Wikicommons

©Wikicommons

Sinds jaren is de wintersterfte onder bijenvolken niet zo laag geweest als afgelopen winter. In 2011 schommelde de uitval nog rond de 20%, afgelopen twee jaren kwam het uit onder de 10% en dit jaar is het 6,5%. De wintersterfte is gemeten door het Honingbijen Surveillance programma, uitgevoerd door Naturalis en Wageningen UR, en in samenwerking met de Nederlandse Bijenhouders Vereniging (NBV). BlijNieuws!

In een telefonische enquête over wintersterfte hebben Bijen@wur (Wageningen UR) en de NBV samengewerkt met het Honingbijen Surveillance programma, dat wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Het onderzoek wordt voor 51% gefinancierd door het ministerie van EZ en voor 49% door Nefyto (Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie). De medewerking van alle imkers aan de steekproef en enquête is essentieel voor het succes van het onderzoek en voor het bepalen van de wintersterfte onder bijenvolken en de factoren die hiervoor verantwoordelijk zijn.

Koos Biesmeijer van Naturalis legt uit dat in een gerandomiseerde steekproef gegevens van meer dan 500 geselecteerde imkers bijeengebracht zijn. “De steekproef is representatief voor de sterfte onder de volken van de Nederlandse imkers” zegt Sjef van der Steen van Bijen@wur. De 534 imkers hebben 5919 volken ingewinterd, waarvan er 5537 de winter overleefd hebben. Dit komt overeen met een overleving van ongeveer 93,5% en een wintersterfte van 6,5 %.

Jan Dommerholt, voorzitter van de Nederlandse BijenhoudersVereniging stelt dat de 6% wintersterfte een ‘normaal niveau’ is, dat wil zeggen een niveau dat normaal was voordat de Varroamijt in Nederland kwam. Koos Biesmeijer van Naturalis en coördinator van het honingbijen surveillance programma is blij met de lage wintersterfte omdat het zowel voor de imkers goed nieuws is, als voor de bestuiving van fruit en groenten door honingbijen; gewassen die voor ons van levensbelang zijn.