Gelukkig heb ik mijn nordic walking sticks bewaard, ondanks mijn regelmatige ontspulbuien. Een net gepasseerde sneeuwbui heeft de wereld bedekt met een laag wit. Vanachter het raam in mijn warme woonkamer lonkt de buitenwereld naar mij. Kom spelen!
De honden in het park doen het voor: rennend en happend, met een bek vol vlokken.
Midden in de stad. Nu een plek die aanvoelt als een afgelegen natuurgebied.
Boomtakken, dik of dun, maken streepjes die markant afsteken tegen het hagelwit.
Een hemels geheel.
Een witte wereld, wat doet dat met ons?
Dit nieuwe jaar is gestart met nieuws waarvan ik het lastig vind te begrijpen wat de ander bezielt. Bizarre situaties en onbekend gedrag, ten koste van iets of iemand. Hoe dan?
Gaat het door mijn hoofd.
Buiten voelt goed, ondanks de lichte vrieskou.
Mijn moonboots zakken diep weg. Dan komt er een jonge vrouw mij tegemoet. Ik schat haar onder de 18 jaar. Ze heeft een vrolijk kwispelende krullenbol aan haar zijde, die aan mijn hand snuffelt.
Ze spreekt me aan.
‘Hallo mevrouw, mooi hè!’
Dat is het zeker.
‘Leuk,’ zeg ik tegen haar, ‘dat je me even aanspreekt. Ik denk dat dit zonder de sneeuw niet was gebeurd.’
Nu zijn we samen in een moment van verplicht vertragen.
‘School gaat niet door. Ik heb u niet eerder gezien, al kom ik hier wel veel bekenden tegen.’
We babbelen wat. Als onze wegen weer uiteengaan, glimlachen we allebei.

Verder onderweg groeten de meeste passanten mij.
Is het soort zoekt soort?
Of is het de sneeuwwitte wereld? Een kans die weerspiegelt: we zijn nog niet zo heel verschillend. We zien elkaar nog staan ondanks de bizarre zaken wereldwijd.

Voor mij mag deze winter lang duren.