Zaterdagmiddag rond een uur of drie was het zover.
Lowen kwam voor het eerst een nachtje bij oma logeren. Zijn papa en mama hadden iets leuks
met vrienden en hadden gevraagd of hij bij oma mocht slapen.
Tuurlijk! Alleen was er nog een klein detail: zijn bedje en commode moesten nog in elkaar worden gezet.
Dus stonden zijn papa en opa die morgen al vroeg te schroeven, draaien, passen, meten en af en toe kijken
of er niet ergens een schroef overbleef. Maar het resultaat mocht er zijn. Na het ophangen van een grote
Nijntje-klok, een Nijntje-poster, een opgemaakt bedje en een aankleedkussen was Lowens logeerkamer helemaal klaar.
En toen begon het wachten. Zou hij het leuk vinden? Zou hij hier wel willen slapen?
Want volgens papa en mama was meneer de laatste weken, sinds zijn prikken, niet bepaald de makkelijkste slaper.
Maar goed. Oma was er klaar voor.
Daar kwam hij aan: Ruim een jaar oud, voorzien van alles wat een dreumes nodig heeft voor een nachtje uit.
Een rugzakje met toiletspulletjes, een tas met schone kleren, een pyjamaatje én een ruime handvol voorleesboekjes.
Want je kunt tenslotte beter vijf boekjes te veel meenemen dan één te weinig. Dat laatste kan zomaar levensgevaarlijk zijn.
“Dââg papa! Dââg mama!” En weg waren ze.
Lowen keek eens goed rond in de woonkamer en ging vervolgens naar oma toe met een boekje in zijn hand.
Hij keek naar het boekje. Daarna naar oma.
Toen naar de bril die oma ergens boven op haar hoofd had geschoven.
Zijn blik zei eigenlijk maar één ding: “Oma. Bril op. Aan het werk.”
En daar zat ik dan. Boekje één. Boekje twee. Boekje drie.
En vervolgens boekje één nog een keer.
Twee uur later was het etenstijd. Een potje worteltjes en een schaaltje yoghurt werd met indrukwekkende snelheid
weggewerkt. Geen kruimel bleef achter.
Rond half acht vond oma het tijd voor de nacht. Pyjama aan, tandjes poetsen en hup… naar bed.
Lowen vond dat een uitstekend plan. Alleen niet voor hem. Zodra hij in zijn bedje lag, begon hij te huilen.
En eerlijk gezegd begreep oma dat wel. Vreemde kamer, vreemd bedje, vreemde geluiden.
Zijn blik zei: “Half acht oma?” Serieus? “Jij denkt toch niet dat ik nú al ga slapen?”
Dus haalde oma hem er weer uit.
Samen gingen ze naar beneden en keken naar muziek op de televisie. Lowen zat op oma’s schoot en zakte langzaam
steeds verder onderuit. Totdat oma ineens merkte dat hij verdacht stil was. Hij sliep. Eindelijk!
Voorzichtig bracht oma hem naar zijn bedje. Deze keer draaide hij zich meteen om en sliep verder. Missie geslaagd.
Rond half vier die nacht klonk er vanuit de logeerkamer een klein, verdrietig geluid. Lowen was wakker. Vreemde kamer.
Vreemd bed. Vreemde geluiden. Oma snapte dat heel goed. Ze legde hem naast haar neer in het grote bed. Geen kik.
Hij bleef nog een tijdje wakker, maar was muisstil. Uiteindelijk vielen zijn oogjes weer dicht. En oma? Die sliep later ook weer.
Rond half acht werd oma wakker. Lowen niet. Die lag nog heerlijk diep te slapen.
Om acht uur werd meneer wakker. Maar rustig hoor. Geen luid gebrul, geen sirene, geen “OMA, wakker!” Nee. Een beetje zuchten.
Een beetje met de voetjes bewegen. Wat met de handjes langs het behang. Alsof hij dacht: “Zo… laat ik oma nog maar even laten liggen.”
Wat een lieverd. Na een poosje stonden we op. Wassen, aankleden en lekker ontbijten. En toen kwamen de boekjes weer tevoorschijn.|
Lowen keek naar oma. Oma keek naar Lowen. Lowen wees naar haar bril. Ja hoor. “Bril op oma”. “We zijn nog niet klaar.”
Dus werden de boekjes nog maar een paar keer voorgelezen. Daar kwamen papa en mama. Lowen ging weer mee naar huis.
De logeerpartij was voorbij. En wat hebben we het gezellig gehad!
Dag Lowen, kom je nog eens een keertje gezellig bij oma logeren?
Blijnieuws van Yvonne
Delen is vermenigvuldigen

Geef een reactie